De Levenseindekliniek en de laatstewilpil

Bijna vijftien jaar na de invoering van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL) vormt het vrijwillige levenseinde nog altijd onderwerp van het politieke en maatschappelijke debat.

Niet zo vreemd, nu de Nederlandse samenleving bij voortduring wordt bestookt met campagnes en initiatieven op het gebied van euthanasie, vrijwel zonder uitzondering geïnitieerd door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). Maar waarheen leidt dit alles? Naar een situatie waarin euthanasie volledig genormaliseerd is? Waarin aan ons, zelfbeschikkende burgers, haast als vanzelfsprekend het recht toekomt geheel autonoom te bepalen op welk moment, met behulp van welk dodelijk product en door welke instelling wij ons leven (laten) beëindigen? Voordat de wetgever definitief die weg inslaat, is een pleidooi voor een pas op de plaats aangewezen. De afgelopen jaren passeerde een veelheid aan euthanasie-initiatieven de revue. In 2010 startte de initiatiefgroep Uit Vrije Wil haar strijd voor een wettelijke basis voor stervenshulp bij voltooid leven.Rond diezelfde tijd begon de NVVE met een campagne om euthanasie mogelijk te maken voor een drietal zogenaamde vergeten groepen: chronisch psychiatrische patiënten, dementerenden (ook in de laatste fase van hun ziekte) en mensen ‘die klaar zijn met leven’. Begin 2012 opende op initiatief van de NVVE de Levenseindekliniek haar deuren voor mensen aan wie de arts geen euthanasie kan of wil bieden.3 In 2013 werd middels het Manifest 294 gepleit voor het opheffen van de strafbaarheid van hulp bij zelfdoding door niet-artsen door het schrappen van lid 2 van artikel 294 Wetboek van Strafrecht.4 En sinds kort ligt er een voorstel van de NVVE op tafel om te gaan experimenteren met de zogenaamde laatstewilpil voor mensen vanaf 75 jaar wier euthanasieverzoek is afgewezen. De Coöperatie Laatste Wil (ontstaan in de schoot van de NVVE) gaat nog een stapje verder en ziet graag dat deze pil door zogenaamde stervenshulpverleners, dus zonder betrokkenheid van een arts, wordt verstrekt aan personen vanaf achttien jaar met een nadrukkelijke doodswens.5 Tot slot heeft Kamerlid Dijkstra (D66) aangekondigd in het najaar van 2016 met een initiatiefwet te komen, nu de adviescommissie Voltooid Leven met haar, voor de NVVE-aanhang teleurstellende, aanbevelingen kwam.6

Een permanente lobbycampagne voor (een tot in het extreme doorgevoerde vorm van) zelfbeschikking ten aanzien van het eigen leven, het eigen lichaam en de dood vormt de kern van al deze initiatieven van de NVVE en verwante organisaties. In dit essay tracht ik de ongewenste effecten daarvan in kaart te brengen. Concrete projecten als de Levenseindekliniek en de laatstwilpil maken in mijn ogen de weg vrij voor een cultuur waarin 1. euthanasie kan worden opgeëist als een recht, 2. het kunstmatige, gestileerde levenseinde vervolgens de norm wordt en 3. het levenseinde uiteindelijk tot verhandelbare koopwaar wordt gereduceerd.
 

Zelfbeschikking en de WTL

Zelfbeschikking is een groot goed. Het recht dat aan eenieder toekomt om het leven naar eigen goeddunken in te richten zolang een ander daarvan geen schade ondervindt, moet gekoesterd worden. Maar strekt dit recht zich uit tot en met de zelfverkozen dood?

De huidige Nederlandse euthanasiewet mag dan voor veel niet-ingewijden het toppunt van zelfbeschikking lijken, maar in feite speelt het zelfbeschikkingsrecht in de huidige euthanasiepraktijk slechts een ondergeschikte rol. Bij de totstandkoming van de WTL vormden juist de eerbied voor het menselijk leven en de bescherming van dat leven de primaire uitgangspunten.7 In de euthanasieprocedure staan, zoals bekend, de arts en zijn conflict van plichten centraal. De arts dient af te wegen of in een voorliggend geval hetzij de plicht tot het verlichten van ondraaglijk en uitzichtloos lijden (barmhartigheid) hetzij de plicht tot behoud van het leven van de verzoeker de doorslag geeft. Zelfbeschikking van de patiënt speelt hooguit een rol bij de beoordeling van de uitzichtloosheid en de ondraaglijkheid van het lijden.8 Een evaluatierapport uit 2007 signaleerde al dat, wanneer men in de euthanasiepraktijk principieel meer gewicht zou willen toekennen aan het zelfbeschikkingsrecht dan aan de bescherming van het leven, de huidige wet daarvoor niet geschikt zou zijn.9 Precies die ontwikkeling voltrok zich de afgelopen jaren.

Zo werd er in het regeerakkoord van het huidige kabinet al stuivertje gewisseld tussen de beschermwaardigheid van het leven respectievelijk de menselijke waardigheid enerzijds en het zelfbeschikkingsrecht over het eigen leven anderzijds. Er staat: De maatschappelijke discussie over het vrijwillige levenseinde zal worden voortgezet en kan leiden tot aanpassing van wet- en regelgeving. (…) Leidend is het beginsel van zelfbeschikking, altijd in samenhang met menselijke waardigheid, goede zorg en beschermwaardigheid van het leven. (…).10 Als redenen voor deze ingrijpende koerswijziging noemde de regering de voortschrijdende medische mogelijkheden en het toenemende zelfbewustzijn bij burgers.

De oprichting van de Levenseindekliniek (SLK) in 2012 past in diezelfde lijn. Het hele bestaan van de kliniek – waarin dé centrale rol is weggelegd voor het euthanasiewens van het individu – is immers gefundeerd op zelfbeschikking. Wordt een euthanasieverzoek in eerste instantie door de eigen arts (om juridische of andere redenen) niet gehonoreerd, dan kan de patiënt het opnieuw indienen bij de SLK. Moderne zorgconsumenten laten zich immers niet zo snel meer afschepen met een ‘nee’ van een medische professional.

De kliniek opereert uiteraard (in het overgrote deel van de gevallen) binnen de grenzen van de huidige WTL, maar tast deze ook nadrukkelijk af. Dat dit leidt tot soms schrijnende situaties werd duidelijk in de documentaire De Levenseindekliniek.11 Uit de verontwaardigde reacties die deze film opriep blijkt dat – hoe zorgvuldig de SLK ook te werk moge gaan – er ten gronde iets wringt.
Mogelijk hangt dit samen met de vrees dat er geen plek meer is voor wat Den Hartogh ooit de ‘ambiguïteit van de morele beleving’12 van euthanasie noemde. Met het naar de achtergrond verdwijnen van het conflict van plichten, de afweging tussen barmhartigheid en beschermwaardigheid, blijft er nog maar weinig ruimte over voor oprechte twijfel over euthanasie. Mogelijk vrezen sommigen dat, met de nadruk op zelfbeschikking als leidend principe, euthanasie verwordt tot een automatisch recht voor elk individu dat louter op basis van zijn eigen afweging kan eisen dat zijn leven beëindigd wordt?
 

Euthanasie als sluitstuk van het maakbare leven

Meer dan tien jaar geleden schetste Pessers al hoe ‘de zelfbeschikking ten aanzien van het eigen lichaam met kracht [wordt] opgeëist als een recht dat aan de mondige en geëmancipeerde burger van de 21ste eeuw behoort toe te komen’.13 Wij leven in een tijd dat wij ons lichaam hebben, meer dan dat we ons lichaam zijn – een tijd van ‘het maakbare leven’ en on-natuurlijke ingrepen als postmenopauzale zwangerschappen, cosmetische chirurgie en preventieve body scans. Nu wij op deze manier over ons lichaam kunnen beschikken (als over een goed), ligt het voor de hand dat we dat lichaam mogen doen stoppen met leven zodra ons dat goeddunkt.

Precies dat is althans waar het Burgerinitiatief Uit Vrije Wil eerder voor pleitte: ‘Onze Grondwet garandeert iedere Nederlandse burger de vrijheid zijn leven naar eigen inzicht en voorkeur in te richten en daarover beslissingen te nemen. Deze vrijheid omvat ook de laatste levensfase en beslissingen over sterven en dood. Op niemand rust de plicht tot leven. (…) Uit Vrije Wil richt zich op de zelfbeschikking van ouderen. Aan de vrije mens, die zijn leven als voltooid beschouwt, komt de ruimte toe zelf te bepalen hoe en wanneer hij wil sterven.’14

Waarom vrijwillig kiezen voor lijden, wanneer sterven ontdaan van lijden gewoon te koop is, zo lijkt Uit Vrije Wil te prediken. Chabot signaleerde al dat ‘de doodswens op oudere leeftijd steeds meer als chic wordt gezien’.15 Een behandeling door de SLK of het innemen van de laatstewilpil zou zomaar een trend kunnen worden onder beter gesitueerde, zelfbeschikkende gepensioneerden. Verschillende auteurs constateerden reeds dat de natuurlijke dood, een langdurig ziekbed en lichamelijke aftakeling in toenemende mate een taboe zullen gaan vormen, en het ‘gestileerde levenseinde’ steeds meer de norm.16 De stervende mens symboliseert die typische eigentijdse loser die men bij voorkeur wegmoffelt of doodzwijgt, aldus Schnitzler.17 Het sterven moet netjes en beheerst, snel en efficiënt verlopen en het liefst ruim voordat het werkelijke lijden is aangebroken.18 Precies aan deze opvattingen komen de SLK en de laatstewilpil tegemoet. Een eventuele voorkeur voor een natuurlijk levenseinde, voor de twijfel en de onbekendheid met het tijdstip en de wijze van sterven past in elk geval niet in deze trend, nu het ‘sterven als een melaatse uit het alledaagse wordt verbannen’.19 Met Schnitzler zou ik willen bepleiten dat er weer ruimte moet komen voor het individu om het lijden en de dood op zich te nemen en het sterven als integraal onderdeel van zijn leven te beschouwen.
 

De dood te koop

De SLK heeft één duidelijke core business, te weten: het sterven.20 En ook dit wekt bij velen van ons zonder meer een onbehaaglijk gevoel op. Het nauwkeurig benoemen van dat onbehagen is echter nog niet zo eenvoudig.21 Met een verwijzing naar Kant kunnen we beargumenteren dat we het menselijk leven (en de dood) niet als koopwaar moeten willen waarderen, als middel om winst mee te maken of als object om te gebruiken.22 Commercialisering, instrumentalisering en objectivering (in één woord commodification) doen geen recht aan de bijzondere status van het menselijke lichaam en het menselijke leven. Kant stelde immers dat persónen waardigheid hebben, en alleen zaken een marktprijs. Het via commerciële weg voorzien in de mogelijkheid tot sterven gaat voorbij aan de bijzondere status van het menselijk leven en zou daarmee strijdig kunnen zijn met het anti-commercialiteitsbeginsel en de menselijke waardigheid.23 
Dat het lichaam, het leven en de dood bij de SLK niet meer extra commercium zijn, maar er middenin staan en dat met de SLK marktwaarden zijn binnengedrongen op plekken waar ze niet thuishoren wordt duidelijk met het volgende voorbeeld. In 2015 behaalde de SLK een aanzienlijk negatief bedrijfsresultaat, zo lezen we in het jaarverslag: ‘Met alleen de vergoedingen ontvangen van zorgverzekeraars is de exploitatie van de Levenseindekliniek niet kostendekkend. Het leidt tot een negatief resultaat ad € 562 808.’24 (Een snelle rekensom leert dat er met 365 ingewilligde euthanasieverzoeken in 2015 een slordige € 1500 per euthanasiepatiënt moest worden bijgelegd). En in zo’n geval gaan heel andere motieven en doelstellingen een rol spelen in de euthanasiepraktijk: bezuinigingsoperaties, efficiencyslagen (met behulp van laatstewilpillen?) en onderhandelingen met zorgverzekeraars over de prijs van euthanasie. Onvermijdelijk wordt het menselijk leven op deze wijze gereduceerd tot koopwaar, de waarde van lijden en sterven in geld uitgedrukt en de intimiteit van de dood geïnstrumentaliseerd. Dit kan niet de manier zijn waarop onze samenleving met de dood wil omgaan.

De consumerende zelfbeschikking onder 70-plussers zoals voorspeld door Chabot, de hedendaagse doodsvermijding zoals beschreven door Schnitzler en het bedrijfsmatige perspectief van de SLK op het levenseinde vormen in mijn ogen een onwenselijke en ook een gevaarlijke combinatie. Er zijn goede gronden om, met een beroep op de menselijke waardigheid, een moratorium in te lassen die het mogelijk maakt de gevolgen van de koerswijziging in de Nederlandse euthanasiepraktijk in kaart te brengen. Het lijkt mij een mooie opdracht voor een nieuw kabinet.
 

Dr. mr. A.E. de Hingh is als universitair docent verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.


1. Zie ook de recente bijdrage van Govert den Hartogh in NJB 2016/638, afl. 13 over het rapport van de adviescommissie Voltooid Leven.
2. De campagne Burgerinitiatief Voltooid Leven van Uit Vrije Wil werd later overigens overgenomen door de NVVE. Zie http://uitvrijewil.nu/.
3. Zie www.levenseindekliniek.nl/.
4. Zie www.nvve.nl/actie/hulp-geen-misdaad.
5. Zie www.laatstewil.nu/
6. Zie https://d66.nl/d66-komt-wetsvoorstel-voltooid-leven/. Zie ook www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/levenseinde-en-euthanasie/inhoud/commissie-voltooid-
leven.

7. Kamerstukken II 2000/01, 26691, 22; E. Pans, De normatieve grondslagen van het Nederlandse euthanasierecht, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2006, p. 320. Evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Programma evaluatie regelgeving: deel 23, Den Haag: ZonMw 2007, p. 237: ‘Latere analyses van de WTL laten zien dat in de huidige euthanasiepraktijk geldt dat de barmhartigheid (de plicht van de arts tot het verlichten van ondraaglijk en uitzichtloos lijden) én het gegeven van het vrijwillige en weloverwogen verzoek van de patiënt (zelfbeschikking) tezamen zwaarder moeten wegen dan de plicht van de arts tot behoud van het menselijk leven.
8. Pans (2006, p. 293-306) geeft een uitgebreid overzicht van de eisen die aan euthanasie worden gesteld (voornamelijk geformuleerd in de rechtspraak) dat laat zien hoezeer de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht van de patiënt wordt beperkt.
9. Evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Programma evaluatie regelgeving: deel 23, Den Haag: ZonMw 2007, p. 256: ‘Als men die balans principieel in de richting van zelfbeschikking zou willen verschuiven, dan is de huidige wetgeving, die barmhartigheid als fundament heeft en waarin het lijden van de patiënt centraal staat als rechtvaardigingsgrond, daarvoor niet geschikt. Een daarmee samenhangend kenmerk van het huidige systeem is de centrale rol van de arts. Wil men – in het verlengde van de wens zelfbeschikking voorop te stellen en de afhankelijkheid van de arts verkleinen – ook voor anderen dan artsen de mogelijkheid scheppen straffeloos hulp te bieden, dan laat dat zich moeilijk inpassen in het huidige systeem.’
10. Bruggen slaan, Regeerakkoord VVD-PvdA, 29 oktober 2012, p. 23; zie www.parlement.com/9291000/d/regeerakkoord2012.pdf.
11. Zie www.tvuitzendinggemist.nl/2doc/levenseindekliniek-137630.
12. Den Hartogh geciteerd bij Pans 2006,
p. 296, voetnoot 755.
13. D.W.J.M. Pessers, Menselijke waardigheid en het persoonsbegrip in het recht (preadviezen voor de vergadering van de Christen Juristen Vereniging op 27 mei 2005), Utrecht: Lemma 2005, p. 1.
14. Zie www.uitvrijewil.nu.
15. Zie de presentatie van B. Chabot ‘Andere wegen naar een zelfgekozen levenseinde’ tijdens KNMG congres ‘Grenzen aan euthanasie. Euthanasie in de praktijk en de rol van de SCEN-arts’ 2 oktober 2012: www.knmg.nl/Agenda/Agenda-item-algemeen/117260/Grenzen-aan-euthanasie.htm.
16. H. Schnitzler, ‘Mens, leer te sterven!’, de Volkskrant 3 oktober 2012. En zie de presentatie van A.R. Mackor ‘Grenzen aan de stilering van het zelfverkozen levenseinde’ tijdens KNMG-congres ‘Grenzen aan euthanasie. Euthanasie in de praktijk en de rol van de SCEN-arts’ 2 oktober 2012: www.knmg.nl/Agenda/Agenda-item-algemeen/117260/Grenzen-aan-euthanasie.htm.
17. H. Schnitzler, ‘Mens, leer te sterven!’, de Volkskrant, 3 oktober 2012.
18. Zie ook G.K. Kimsma, ‘Het lijden beoordeeld’, Medisch Contact 55 (49), 2000,
p. 1757: ‘…de aftakeling van het bestaan en het lichaam [is] strijdig met culturele opvattingen over netheid en beheersing’.
19. H. Schnitzler, ‘Mens, leer te sterven!’, de Volkskrant, 3 oktober 2012.
20. Zie het persbericht van de KNMG bij de opening van de Levenseindekliniek in 2012: www.knmg.nl/Nieuws/Overzicht-nieuws/Nieuwsbericht/110034/KNMG-huiverig-voor-levenseindekliniek-1.htm.
21. Om met Michael Sandel te spreken: ‘We struggle to articulate our unease’; M.J. Sandel, Pleidooi tegen volmaaktheid. Een ethiek voor gentechnologie, Utrecht: Uitgeverij Ten Have 2012, p. 13.
22. M.J. Sandel, Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking, Utrecht: Uitgeverij Ten Have, 2012, p. 9-20.
23. Zie bijv. art. 1 en art. 3 lid 2 sub c van het Handvest van de Grondrechten van de EU.
24. Zie www.levenseindekliniek.nl/wp-content/uploads/2016/04/2015-Jaarrekening-SLK.pdf en www.levenseindekliniek.nl/jaarverslag-2015/.

Naam auteur: Anne de Hingh
Geschreven op: 4 juli 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Jan Hopstaken schreef op :
Alle wetenschappelijke gedachten zijn prachtig en vormen ongetwijfeld vele geesten, maar als ik lees dat de auteur "met Schnitzler zou ik willen bepleiten dat er weer ruimte moet komen voor het individu om het lijden en de dood op zich te nemen en het sterven als integraal onderdeel van zijn leven te beschouwen”, dan denk ik: mag dat misschien gewoon even mijn eigen keuze blijven? Misschien wíl ik wel helemaal niet het sterven als integraal onderdeel van mijn leven beschouwen en voel ik nóg minder voor het op mij nemen van het lijden en de dood? Ik verkies kwaliteit boven kwantiteit. Waarom moeten mensen in de Bijenkorf naar beneden springen en dan niet - zoals gewenst - overlijden, maar overleven, terwijl ze wel nog iemand die fijn wilde doorleven een dwarslaesie bezorgen omdat de springer landde op die ander? En waarom moeten mensen voor treinen springen? Alleen al daarom zou een pil beter zijn. Iedereen die gelovig is of om wat voor reden dan ook vind dat een mens niet zelf over zijn dood mag beslissen adviseer ik om vooral van de dood af te blijven… maar mogen alle anderen gewoon zelf kiezen (net als de keuze om van de dood af te blijven een keuze is)? Het zou voor onze wereld bovendien veel beter zijn als er minder mensen waren… we overbevolken, plegen roofbouw op onze planeet en steken veel geld in onderzoek om maar vooral een paar maanden langer te kunnen leven, en dit alles ten koste van geld en grondstoffen die onze kinderen veel beter zouden kunnen gebruiken. Wat mij betreft komt er zo snel mogelijk een pil. Dat zou ook tot minder vertragingen bij de Nederlandse Spoorwegen leiden.
Anne de Hingh schreef op :

Het verheugt mij dat mijn Opinie een tweetal lezenswaardige reacties heeft uitgelokt, niet in de laatste plaats omdat deze grotendeels bevestigen wat ik in mijn artikel aan de orde heb willen stellen. Met name De Winter vindt immers dat euthanasie een recht is voor eenieder die daar behoefte aan heeft en hij kan geen enkele reden bedenken waarom de wet(gever) degenen die hun leven ‘gestileerd’ willen laten beëindigen daarbij zou hinderen. Dit zijn nu precies de bekende leuzen en het zelfbeschikkingsjargon (Zie bijvoorbeeld de citaten op www.uitvrijewil.nu: ‘Ik heb geleerd als zelfstandig mens mijn leven in eigen hand te houden. Dat betekent voor mij dat ik het mijn recht acht zelf te beslissen mijn leven te beëindigen als dat naar mijn mening niet langer levenswaardig is.’) uit de kringen van de NVVE waarbij ik, vanuit het perspectief van menselijke waardigheid en het non-commercialiteitsbeginsel, enkele kritische kanttekeningen heb willen plaatsen.
Beide auteurs menen uit mijn stuk te kunnen opmaken dat ik mensen het liefst een ondraaglijk en uitzichtloos lijden toewens. Volgens De Winter omdat ik het zou zien als een plicht ‘om, als het zo uitkomt, aan het eind van je leven eerst nog een tijdje uitzichtloos en ondraaglijk te lijden’. En volgens Kaptein omdat ik zou weten ‘dat uitzichtloos lijden goed voor u is’. Dat is – uiteraard – niet het geval. Beide auteurs maken in hun reactie (met opzet?) geen onderscheid tussen het ondraaglijke en uitzichtloze lijden (de criteria uit de wet) en het ‘klaar zijn met leven’ waarop mijn Opinie grotendeels betrekking had. Dat zij deze begrippen door elkaar gebruiken komt de helderheid van hun kritiek niet ten goede.
Ik wil daarnaast benadrukken dat ik mij niet ‘principieel verzet’ tegen euthanasie zoals Kaptein in zijn reactie suggereert. Ik ben zeker geen tegenstander van de huidige euthanasiewetgeving. Wat ik in mijn stuk signaleerde is de groeiende tendens die ertoe leidt dat velen euthanasie steeds meer gaan beschouwen als een vanzelfsprekend, opeisbaar recht en als een nette, gestileerde oplossing bij een (naderend) voltooid leven. De oproep van de NVVE om op korte termijn de criteria van de huidige wet te verruimen met het oog op die groep mensen, vind ik zorgwekkend. Ik vind het zelfs ronduit alarmerend dat een instituut als de Levenseindekliniek en een middel als de laatstewilpil op de markt worden gebracht onder meer ter facilitering van euthanasie van mensen die, hoewel soms nog gezond, het lijden vóór willen blijven. En dan heeft de NVVE het (juist) niet over uitzichtloos en ondraaglijk lijden, maar bijvoorbeeld over de angst niet goed verzorgd te zullen worden, het vooruitzicht van aftakeling, bingomiddagen en eenzaamheid (M. Versteegh, ‘Het verdriet van de verloren verbinding’, Relevant 2016 (1), p. 8-9 over onderzoek van Van Wijngaarden naar mensen die klaar zijn met leven: www.nvve.nl/files/3814/5380/6624/Relevant_2016-1 … . Zie ook www.groene.nl/artikel/extra-bingo-is-geen-oploss … ). In mijn ogen vormt euthanasie geen oplossing voor dát soort problematiek. Ik ben het eens met Kaptein als hij zegt dat we in die gevallen moeten kiezen ‘voor betere mensenlevens’.
Mijn kritiek getuigt volgens De Winter van dédain en verdachtmaking – kwalificaties die ik niet meteen kan duiden. De NVVE is een professionele lobby-organisatie die al decennia lang zeer vasthoudend en succesvol haar boodschap uitdraagt, en daarbij onder meer pleit voor euthanasie voor mensen die klaar zijn met hun leven (www.nvve.nl/files/3414/6106/0455/Jaarverslag_201 … ). De Levenseindekliniek is een gespecialiseerde dienstverlener waaraan inmiddels honderd professionals verbonden zijn en die zich richt op cliënten met niet-ingewilligde euthanasieverzoeken (www.levenseindekliniek.nl/wp-content/uploads/201 … Er is niets neerbuigends of onwaars aan de vaststelling dat de rol van de mondige zorgvrager steeds bepalender wordt en dat euthanasie in Nederland aan het verzakelijken is.
Interessant is de observatie van Kaptein dat wij onmogelijk kunnen kiezen voor de dood en dat euthanasie een keuze voor een bepaalde levensloop inhoudt. Maar uiteindelijk sluit ook Kaptein daarmee aan bij mijns inziens discutabele opvattingen over het maakbare leven, de negatieve beleving van de aftakeling van het lichaam, en de wil om het bestaan te regisseren tot aan de dood.

 

 

Hendrik Kaptein schreef op :

De Hingh suggereert dat de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde) en haar geestverwanten het menselijk leven reduceren tot koopwaar en de intimiteit van de dood instrumentaliseren: ‘De Levenseindekliniek heeft één duidelijke core business, te weten: het sterven.’ In plaats daarvan bepleit zij dat de mens het lijden en de dood weer op zich neemt en het sterven beschouwt als integraal onderdeel van zijn leven (Anne de Hingh, ‘De Levenseindekliniek en de laatstewilpil – Pleidooi voor pas op de plaats’, NJB 2016/1279, afl. 26, p. 1838-1840.)
Probleem is alleen dat die vrome woorden weinig te maken hebben met het vraagstuk van euthanasie en andere zelfgekozen levenseinden. Zelfgekozen levenseinden kunnen helemaal niet berusten op een keuze voor de dood tegen het leven. Over die dood is immers niets bekend. Nog nooit is iemand er levend van teruggekeerd. ‘Ik kan niet dood zijn.’ Al in zijn Tractatus stelde Wittgenstein (6.4311): ‘De dood is geen gebeurtenis in het leven. De dood beleef je niet.’ Wij kunnen alleen de dood van anderen beleven, niet die van onszelf.
Euthanasie en andere zelfgekozen levenseinden zijn dan ook niet per definitie onmogelijke keuzen voor de dood tegen het leven, maar keuzen tussen verschillende levenslopen. Wie kan kiezen tussen een korter of langer ondraaglijk leven kan besluiten dat lijden niet langer te laten duren. Een dergelijke keuze is niet als zodanig onredelijk, zolang resterende levenslopen min of meer zijn te overzien.
Principieel verzet tegen euthanasie vooronderstelt dus dat een langer leven altijd beter is dan een korter leven, wat voor ondraaglijk lijden dat langere leven ook is. De Hingh biedt daartoe nog geen begin van argumentatie. Dus wordt ook niet duidelijk wat principieel pleit tegen autonomie in eigen bepaling van levensduur, al dan niet met behulp van laatstewilpillen.
In haar pleidooi voor aanvaarding van lijden weerklinkt een weinig barmhartig paternalisme: ‘Ik weet dat uitzichtloos lijden goed voor u is, dus moet u blijven leven al vindt u zelf van niet.’ Niemand bestrijdt het recht om te lijden, maar welke christelijke of andere ‘heiligheid van het leven’ zou er toe kunnen verplichten? Is dit naastenliefde?
Bovendien eindigt elk mensenleven met de dood. In die zin ‘is sterven inderdaad integraal onderdeel van het leven’, maar niet in de zin van De Hingh. Juist omdat de dood volgt op elk leven is conceptualisering van zelfgekozen levenseinden in termen van leven of dood misleidend. Of is het verschil tussen natuurlijke en kunstmatige dood hier beslissend? Inderdaad suggereert De Hingh dat de lotsaanvaarding in een natuurlijke dood te verkiezen is. Op zich is dat niet meer dan een naturalistische drogredenering: wat van nature gebeurt is daarom nog niet moreel superieur.
In haar verkeerde conceptualisering van zelfgekozen levenseinden als onmogelijke keuzen voor de dood staat De Hingh niet alleen. Het misverstand is wijd verbreid en keert dan ook terug in het ‘Rapport Adviescommissie Voltooid Leven’ (Schnabel e.a., 2016). Daarin is evenmin plaats voor laatstewilpillen, al is dus eigenlijk niet duidelijk waarom.
Even voor de hand liggende als misplaatste conceptualisering van euthanasie en andere hulp bij zelfdoding in termen van leven en dood pleit dus slechts in schijn tegen zelfgekozen levenseinden – hoe gecompliceerd die kwesties verder ook kunnen zijn. In ieder geval is de suggestie van kwade trouw achter het veronderstelde koopmanschap in de dood buiten de orde. Het gaat om keuzen voor het leven, of eigenlijk: voor betere mensenlevens.

 

 

Reiner de Winter schreef op :

Volgens Anne de Hingh van de VU (De Levenseindekliniek en de laatstewilpil, NJB 2016/ 1279, afl. 26, p. 1838 e.v.) wordt de Nederlandse samenleving ‘bij voortduring bestookt met campagnes en initiatieven op het gebied van euthanasie’, met name ook voor ‘zogenaamde vergeten groepen’. Zij moet daar weinig van hebben en dat wekt – gezien de bewoordingen waarin zij zich uitdrukt – geen verbazing. Zij heeft het over een ‘lobbycampagne’, waarin sterven wordt ‘gereduceerd tot verhandelbare koopwaar’ en naar aanleiding van de mogelijkheid van patiënten om opnieuw een euthanasieverzoek in te dienen bij een Levenseindekliniek als hun eigen arts zo’n verzoek (om welke reden dan ook) niet heeft ingewilligd, merkt zij op: ‘Moderne zorgconsumenten laten zich immers niet zo snel afschepen met een ‘nee’ van een medische professional’.
Dedain en verdachtmaking lijken mij niet de meest overtuigende vormen van argumentatie, zelfs niet als het je erom gaat ‘de eerbied voor het menselijk leven en de bescherming van dat leven’ veilig te stellen.
De Hingh pleit ervoor ‘dat er weer ruimte moet komen voor het individu om het lijden en de dood op zich te nemen en het sterven als integraal onderdeel van het leven te beschouwen’. Pardon? Die ruimte is er volop! Niemand staat je in de weg. Maar waarom zou je degenen die daar geen gebruik van willen maken wél in de weg moeten lopen? Of is er volgens De Hingh (in principe) wel degelijk een plicht om, als het zo uitkomt, aan het eind van je leven eerst nog een tijdje uitzichtloos en ondraaglijk te lijden? Zij keert zich weliswaar tegen ‘het gestileerde levenseinde’, maar verklapt ons niet waarom zij ook anderen zo’n einde wil onthouden, laat staan waarom het recht zich ertegen zou moeten keren. Misschien is daar ook geen reden voor …

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.