De (digitale) scholen zijn weer begonnen

September. De zomervakantie ten einde, het werk start weer op en scholen en universiteiten openden hun deuren. Nog altijd begroet daar een vriendelijke of strenge docent de nieuwe leerlingen. Maar deels is het gedaante van onderwijsinstellingen de afgelopen jaren flink veranderd.

Het krijtje werd vervangen door een digibord, rugzakken bevatten niet langer zware boeken maar een laptop en het vertrouwde rapport maakte plaats voor een online systeem dat elk gewenst moment inzicht biedt in resultaten, aanwezigheid en voortgang. Het zijn tastbare veranderingen die met digitalisering hun intrede in het onderwijs deden. Veel minder bekend, maar daarmee niet minder belangrijk, is wat er speelt bij onderwijsondersteuning. Voorheen was dit een redelijk overzichtelijk speelveld, gedomineerd door een beperkt aantal (commerciële) aanbieders van schoolboeken. Tegenwoordig is het een markt die in de greep komt van een variëteit aan, deels buitenlandse (lees: Amerikaanse), informatie-aanbieders. Natuurlijk, lucratieve verdienmodellen speelden hier altijd al een rol. Maar naast financiële belangen, zijn er nu ook normatieve belangen in het spel, zeker omdat het onderwijs een aantrekkelijk domein is voor data-verzameling over leerlingen en studenten en daarmee de toekomstige beroepsbevolking.

Ter illustratie. In het primaire onderwijs werkt een zevental, in meerderheid commerciële, partijen samen bij het aanbieden van een online platform voor het gebruik van educatief lesmateriaal. Op de website van het platform, genaamd Basispoort, valt te lezen dat dat is opgezet om één simpele inlogprocedure te bieden ‘voor al het digitale lesmateriaal (...), minder voorbereiding en een lagere beheerlast voor de school.’ Maar Basispoort doet meer. Diverse gegevens over zowel leerlingen als leerkrachten (naam, geboortedatum, geslacht, naam van de school, groep en naam leerkrachten) komen via het systeem beschikbaar en worden daarmee gedeeld met uitgeverijen. Hiernaast faciliteert het systeem de combinatie van bovenstaande gegevens met toetsuitslagen voor rekenen en taal en biedt het dus inzicht in taalontwikkeling en rekenvaardigheid. Alhoewel de sector, mede naar aanleiding van Kamervragen en gesteund door een deze zomer afgekondigd Privacyconvenant, inmiddels formeel volgens de privacywetgeving lijkt te handelen blijft de vraag waarom scholen überhaupt dergelijke gegevens in beheer van commerciële partijen geven. De ‘digitale tang’ waarin onderwijsinstellingen terecht zijn gekomen beperkt hun keuzevrijheid in deze echter aanzienlijk. Scholen kunnen leerlinggegevens wel alsnog willen verwijderen of anonimiseren, feitelijk hebben ze zich overgeleverd aan het systeem en de daarbij betrokken partijen. Basispoort wordt namelijk iedere 24 uur gesynchroniseerd met het algemene administratiesysteem van scholen, waardoor een verwijderde leerling na 24 uur weer opduikt in Basispoort. Een leerling uit het administratiesysteem halen, waardoor hij ook niet meer in Basispoort verschijnt, kan alleen als de leerling wordt uitgeschreven. Een gevolg daarvan is dat de school geen overheidsfinanciering meer ontvangt. Dat is natuurlijk geen optie.

Niet alleen basisscholen, ook universiteiten maken zich digitaal steeds afhankelijker van (buitenlandse) informatiereuzen. Zo is Blackboard het dominante systeem bij de Nederlandse universiteiten voor ondersteuning van onderwijs- en leeractiviteiten. Een aantal maakt gebruik van de hostingoptie, wat betekent dat Blackboard alle data krijgt. Ook dit systeem biedt faciliteiten voor real-time inzicht in leerproces en vorderingen, de wijze waarop individuele studenten de stof aanleren en daarmee ook de manier waarop een vak het beste aangeboden kan worden.1 Bekende platforms voor MOOCs (Massive Open Online Courses) – Coursera, edX en Udacity – werken standaard met algoritmen die onderwijs- en leeractiviteiten van iedere individuele deelnemer in kaart brengen. Elke toetsaanslag wordt geregistreerd, iedere tijdsinterval bij het oplossen van een casus wordt geanalyseerd en steeds beter valt te voorspellen welke student wel of juist niet een cursus met succes zal afronden.

De ontwikkeling roept diverse vragen op. Overduidelijk spelen kwesties rondom privacy van leerlingen en docenten. Veel scholieren, studenten en ouders weten waarschijnlijk niet dat hun school of universiteit relatief gevoelige gegevens over leergedrag en (sociale) ontwikkeling deelt met (buitenlandse) commerciële partijen door het enkele feit dat een systeem als Basispoort of Coursera wordt gebruikt. Afgaande op de websites van de onderwijsinstellingen doen ze ook weinig moeite om hen daarover te informeren. Het is voor de gemiddelde leerling vrijwel onmogelijk te achterhalen wat de bedrijven met hun persoonsgegevens doen, of de beveiliging van het systeem adequaat is, of gegevens op enig moment worden verwijderd, etc. Daarbij lijken onderwijsinstellingen de contractuele voorwaarden die hen door leveranciers van onderwijsapplicaties worden opgelegd ogenschijnlijk klakkeloos te (moeten) accepteren en is er een onvoldoende besef dat het scenario van een vendor lock-in ook hier geldt: afscheid nemen van digitale onderwijssystemen is op enig moment niet langer mogelijk zonder grote gevolgen voor andere (onderwijs)processen.  

Een vraag is ook die naar ‘eigenaarschap’ en toegankelijkheid van gegenereerde kennis en inzichten over leren en leerprocessen. Van wie zijn de gebruikersdata en ‘leerdata’? Voor wie zijn ze toegankelijk en wie mag ze in geaggregeerde vorm exploiteren? In feite zijn de commerciële onderwijsplatforms niet veel anders dan Facebook en Google. De universitaire gemeenschap en politiek maken momenteel een groot punt van Open Access om publiek gefinancierd onderzoek voor iedereen toegankelijk te maken. Maar ondertussen lijkt men zich niet te realiseren dat andere met publieke middelen gefinancierde kennis – namelijk over doceren, leren en reproduceren – achter slot en grendel van commerciële partijen verdwijnt. Zolang de onderwijswereld de praktijken van aanbieders niet aanvecht, hebben deze feitelijk een dominante positie. En vanuit die positie verstevigen ze hun greep op ons onderwijssysteem in al z’n facetten. Van leerlingvolgsysteem, digitale onderwijsplatform tot MOOC: het gaat om meer dan uitsluitend invloed op het onderwijsproces. Ook educatie als publiek belang en daarmee waarden als toegankelijkheid, gelijkheid, onderwijsvrijheid en privacy verlangen broodnodig onze aandacht.

 

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2016/1560, afl. 30.

 

1. http://www.blackboard.com/education-analytics/index.aspx

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 5 september 2016

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.