Afscheid van de klassieke procedure?

Het onderwerp waaraan de jaarvergadering 2017 van de Nederlandse Juristen-Vereniging is gewijd wordt gedragen door twee veronderstellingen: te veel geschillen die een rechter verdienen bereiken de rechter niet en te veel geschillen die rechters krijgen voorgelegd, hadden een oplossing buiten hem verdiend. In reactie daarop bepleiten de preadviseurs dat alle geschillen voor de rechter moeten kunnen worden behandeld, maar dat ruimte moet worden geboden voor andere wegen naast die van het rechterlijk vonnis.

Daarom stellen de civielrechtelijke preadviseurs Coenraad en Ingelse dat het ‘niet zorgelijk, maar onaanvaardbaar’ is dat de civiele rechter voor menig burger geen redelijke optie is en willen zij eenvoudige en snelle procedures creëren, zoals de Burenrechter en de Spreekuurrechter, maar zien ze tevens voor mediation (‘niet boven maar tussen de partijen’) een plaats. Daarom ook vinden de bestuursrechtelijke preadviseurs Van Ettekoven en Marseille dat de bevoegdheid van de bestuursrechter – nu essentiële overheidshandelingen niet altijd meer besluiten zijn – moet worden uitgebreid, maar dat een gerecht ook moet beschikken over een maatwerktraject gericht op alternatieve geschilbeslechting (ADR/ODR). En daarom vinden Crijns en Kool, de strafrechtelijke preadviseurs die zich nadrukkelijker op de afdoening van zaken buiten de rechter om oriënteren, dat het recht op een eerlijk proces – in het bijzonder het recht op rechtsbijstand en de hoorplicht – ook van toepassing is op de buitengerechtelijke afdoening, en doen ze het (aantrekkelijke) voorstel dat de rechter ter bevordering van herstelbemiddeling voorwaardelijk zou moeten kunnen seponeren.

In de preadviezen komen in het licht van het ‘afscheid van de klassieke procedure’ ook andere thema’s aan bod. Zo wordt voor het bestuursrecht de meerwaarde benadrukt van Artificiële Intelligentie en Big Data ter ondersteuning van logistieke en inhoudelijke aspecten van het rechterswerk. De civilisten zien eveneens kansen maar benadrukken ook de risico’s van bijvoorbeeld videoconferenties en bepleiten daarom een Staatscommissie Digitalisering en Rechtspraak. De strafjuristen zwijgen over de nieuwe techniek, al is best na te denken over bijvoorbeeld de voor- en nadelen van beslissingen over de voorlopige hechtenis met behulp van wetenschappelijk onderbouwde algoritmes over gevaar en vluchtrisico in vergelijking met de huidige gang van zaken.1

Wat daarvan zij, de rode draad is dat de toegang tot de rechter moet worden verbeterd maar dat juridische procedures niet altijd geschikt zijn om de problemen die mensen ervaren ‘menselijk en rechtvaardig’ op te lossen. Degenen die de kranten lazen naar aanleiding van het recente HiiL-rapport zouden de indruk kunnen hebben gekregen dat daarmee welhaast het laatste woord is gezegd.2 Toch wil ik twee tegenwerpingen maken in verband met de concretisering van deze voorstellen van de preadviseurs.

Zou de gang naar de (ideale) rechter een blijvend eind kunnen maken aan het leed dat het gevolg is van ontslagen, schuldafwikkelingen of de aanwezigheid van terroriserende buurtbewoners? Soms is leed onoverkomelijk en weten mensen dat ook wel. Dat kan een verklaring zijn waarom sommige geschillen die vanwege de aard van de ellende een rechterlijk oordeel ‘verdienen’ daar niet aankomen. Soms daarentegen gaat het om flutzaken waaromtrent je je kunt afvragen of de gang naar de rechter echt vergemakkelijkt moet worden. Ik zou in dat licht meer willen weten over de aard van de geschillen die de rechter niet bereiken voordat we onderzoeken hoe drempels geslecht kunnen worden.

Met betrekking tot geschillen die beter door een ander dan de rechter – of in elk geval op een niet strikt juridische wijze – zouden kunnen worden behandeld moeten we onder ogen zien dat het voor de rechter niet altijd gemakkelijk zal zijn een zaak die op zijn bord ligt alsnog te dejuridiseren. Daarbij komt dat de burgerlijke rechter sinds het toegenomen belang van de mondelinge behandeling nu al meer dan voorheen beziet wat de partijen echt met hun vordering willen bereiken en dat is ook met de nieuwe zaakbehandeling in het bestuursrecht het geval. De rechter is niet meer louter een scheidsman over een voorgelegde rechtsvraag. Voor zover wordt gepleit voor verdergaande alternatieve geschilafdoening moet bovendien worden bedacht dat de rechter soms tot zijn – wellicht voor beide partijen moeilijk te verkroppen – oordeel komt vanwege de inhoud van de wet of vanwege de belangen van derden. De opmerking van de strafrechtelijke preadviseurs dat zowel door de strafbeschikking als door een versterking van de herstelbemiddeling in het strafrecht de samenleving op afstand wordt gezet, geldt tot op zekere hoogte ook voor maatwerk in de rechtspraak. Dat veronderstelt immers de mogelijkheid om de betekenis van regels en van de belangen van derden al naar gelang de zaak enigszins te relativeren. Een billijk oordeel in plaats van rigide regeltoepassing spreekt me aan, maar het is evident dat die benadering de afdoening van geschillen in de ogen van derden meer omstreden zal maken. Het grote publiek wil doorgaans heldere regels; de betrokkenen willen maatwerk. Daarom zou ik ook de kenmerken willen inventariseren van de zaken waarin het tekort aan minder gejuridiseerde alternatieven problemen oplevert.

Misschien kunnen deze concretiseringen en vergelijkingen aan de orde komen tijdens de vergadering van de NJV die dit jaar niet volgens de ‘klassieke procedure’ plaatsvindt. Marc Loth bespreekt als enige referent alle preadviezen gezamenlijk en ’s middags wordt er in drie deelgroepen – per vakgebied – uiteen gegaan. Daarmee wordt beoogd dat de leden van de NJV meer dan tot nu toe het woord kunnen krijgen en wordt kennelijk op de koop toe genomen dat de inspiratie van interessante collega’s met een ander specialisme geringer zal zijn. Het leek in het licht van die veranderingen op zijn plaats dit jaar de ruimte die we in ons blad aan de preadviezen besteden voor de publicatie van het overkoepelende commentaar van Loth te benutten. Daardoor kan helaas ten aanzien van de drie mooie preadviezen minder maatwerk worden geleverd.

 

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2017/1173, afl. 22.

  1. J. Jun, C. Concannon, R. Shroff, S. Goel and D.G. Goldstein, ‘Creating simple rules for
    complex decisions’, Harvard Business Review, April 19, 2017.
  2. Vgl. M. Barendrecht, K. van Beek en S. Muller, Menselijk en rechtvaardig – is de rechtsstaat er voor de burger?, Hague Institute for Innovation of Law (HiiL), 2017.
Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 30 mei 2017

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Reinier Bakels schreef op :
De grote vraag is hoe rechtspraak en andere vormen van geschillenbeslechting betaalbaar blijven. Aan de ene kan mag geldgebrek geen reden zijn voor onrecht, aan de andere kant doet zich het typische economische verschijnsel voor dat een sector waar e productiviteit moeilijk verhoogd kan worden - zoals de geschillenbeslechting - relatief steeds duurder dreigt te worden. Voor alle duidelijkheid: productiviteitsverhoging is niet een kwestie van harder werken. Inschakelen van computers voor tekstverwerking en communicatie helpt wel iets, maar het soort productiviteitsstijgingen als in menige sector van het bedrijfsleven wordt gerealiseerd (denk aan de reiswereld) kunnen geschillenbeslechters zoals rechters niet bijbenen.

Tot mijn spijt is de gedachte van kostendekkende griffierechten een taboe geworden. Natuurlijk moet het recht ook voor minvermogenden toegankelijk blijven (worden?), maar voor een bedrijf is het niet zelden een zakelijke overweging om te gaan procederen. Als de rechtspraak wordt gesubsidieerd kan dat bedrijven ertoe brengen te snel te gaan procederen. In het ergste geval dreigen "Amerikaanse toestanden": dat een bedrijf willens en wetens een concurrent kapotprocedeert. Onnodig te zeggen dat de belastingbetaler dat niet zou moeten subsidiëren!
Er is zelfs iets voor te zeggen om de rechtspraak voor big business tot "profit center" te maken. Bedrijven verachten ook van (andere) toeleveranciers dat ze winst maken. Bovendien krijgen alternatieve geschillenbeslechters een eerlijker kans als ze niet tegen gesubsidieerde rechtspraak hoeven te concurreren.
In het algemeen is het goed als de kosten van procederen in verhouding staan tot wat de Duitsers de "Streitwert" noemen (die daar zelfs advocatentarieven bepaalt).



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.